In de schaduw van de historische stadsmuren van Istanbul plukt tuinder Kadir Kaplan de rijpe bladeren van de karalahana, een Turkse koolsoort. De 62-jarige Kaplan draagt een gestreepte blauwe polo, een trainingsbroek en sokken in slippers met de tekst Never give up. In één vloeiende beweging bindt hij de grote, groene bladeren vast met een touwtje, waarna hij ze door de lucht slingert en op een grote hoop gooit.
Trots laat hij de rest van zijn gewassen zien. Tegen de dikke stadsmuur groeien een aantal vijgenbomen, op het stukje land daarvoor groeien munt, paarse basilicum en postelein. Een muurtje met kantelen snijdt zijn perceel in tweeën. Op het stuk grond dat tegen de weg ligt, zit een oudere man onder een parasol. Met een mes snijdt hij peterselie los en maakt deze klaar voor de verkoop.
“Dit is een historische plek, met 1500 jaar aan geschiedenis”, zegt Kaplan over deze stadstuinen, die in het Turks bostan worden genoemd. Kaplan verbouwt hier al 35 jaar lang zijn groenten, en dat geldt ook voor twee van zijn broers. “Dit voelt als mijn familie, ik beschouw de groenten als mijn kinderen die ik voed en grootbreng”, zegt hij liefdevol.